Tijdens mijn opleiding Gezondheid & Technologie leerde ik in ongeveer 60% van de tijd het verpleegkundige vak. De overige 40% stond in het teken van zorgtechnologie. Juist die combinatie sprak mij aan: goede zorg verbinden met de mogelijkheden van technologie.
Bij casussen onderzochten we welke zorgtechnologie we konden inzetten. We bekeken de situatie van de cliënt, stelden verpleegdoelen op, verdiepten ons daarna in beschikbare toepassingen en kozen aan de hand daarvan een mogelijke oplossing. Inmiddels kijk ik daar anders naar.
Nu ik ruime ervaring heb met zorgtechnologie weet ik dat technologie niet iets is wat je pas aan het einde van het zorgproces toevoegt. Zorgtechnologie hoort bij het zorgproces zelf. Dat begint soms al voordat de verpleegkundige in beeld komt. Bijvoorbeeld wanneer de huisarts tegen een patiënt zegt dat de thuiszorg ‘wel langskomt voor de medicijnen’. Maar is langskomen daadwerkelijk de best passende oplossing? Misschien wel, misschien ook niet.
Als verpleegkundige start je met een anamnese. Je verzamelt informatie om te bepalen welke zorg en ondersteuning iemand nodig heeft. Wanneer we zorgtechnologie serieus onderdeel maken van het zorgproces, horen daar ook andere vragen bij.
Welke technologie gebruikt iemand al? Hoe staat iemand tegenover digitale ondersteuning? Wat wil diegene graag zelfstandig blijven doen? Welke gewoonten en routines zijn belangrijk? En wat heeft iemand nodig om een nieuwe toepassing te leren gebruiken?
Tijdens mijn opleiding kregen deze vragen nog weinig aandacht. In de jaren die volgden heb ik juist hierover veel geleerd. Over zorgtechnologie, maar vooral over wat ervoor nodig is om technologie daadwerkelijk van waarde te laten zijn voor cliënten én zorgprofessionals. Die kennis en ervaring wil ik via deze blog delen.
De bekende stappen van het verpleegkundig proces blijven bestaan. Je verzamelt gegevens, stelt zorgvragen vast, formuleert doelen, kiest interventies, voert ze uit en evalueert de resultaten. Zorgtechnologie wordt onderdeel van elke stap en verbreedt daarmee onze blik.
Tijdens de anamnese bespreek je bijvoorbeeld ook de digitale vaardigheden en voorkeuren van een cliënt. Bij het formuleren van doelen onderzoek je hoe technologie kan bijdragen aan zelfstandigheid, veiligheid of kwaliteit van leven. Wanneer je een interventie kiest kijk je niet alleen naar fysieke ondersteuning, maar ook naar digitale mogelijkheden en een combinatie van fysiek en digitaal.
Ook tijdens de uitvoering ontstaan nieuwe vragen. Wie legt een toepassing uit? Wie volgt een melding of meetwaarde op? Wat gebeurt er als de verbinding uitvalt? En wanneer bespreek je samen met de cliënt of de gekozen oplossing nog steeds passend is? Dat zijn vragen die rechtstreeks te maken hebben met goede zorg.
Veel zorgprofessionals ervaren technologie als iets wat ‘er ook nog bij komt’. Dat is begrijpelijk. Je wilt een cliënt kunnen uitleggen wat een apparaat doet en hoe het gebruikt moet worden. Misschien is je eerste reactie: daar weet ik niets van. Of: ik heb helemaal geen tijd om al die verschillende technologieën te leren kennen.
Vaak wordt dit niet door jou als zorgverlener veroorzaakt. Het ontstaat wanneer een zorgorganisatie technologie als een los project introduceert. Er wordt een apparaat of applicatie beschikbaar gesteld, terwijl het zorgproces verder hetzelfde blijft. De zorgprofessional moet de technologie vervolgens ergens in het bestaande werkproces zien in te passen; dan wordt het inderdaad extra werk.
Een goede inzet van zorgtechnologie begint daarom niet bij een apparaat, maar bij opnieuw kijken naar de zorg. Wat heeft deze cliënt nodig? Wat kan iemand zelf? Welke ondersteuning kan op afstand plaatsvinden? Wanneer is fysieke aanwezigheid nodig? Welke rol houdt de zorgprofessional? En welke afspraken zijn nodig om veilige en passende zorg te bieden?
Pas daarna kijk je welke technologie daarbij kan ondersteunen. Zo wordt zorgtechnologie geen toevoeging aan het zorgproces, maar een onderdeel ervan.
Technologie is allang onderdeel van het dagelijks leven. Veel cliënten beeldbellen met familie, gebruiken een digitale agenda, bestellen boodschappen via een app of dragen een smartwatch. Anderen hebben juist weinig ervaring met digitale toepassingen of voelen zich er onzeker over.
Leeftijd vertelt daarbij maar een deel van het verhaal. Ik kom ouderen tegen die moeiteloos verschillende apps gebruiken, terwijl er tegelijkertijd jongere mensen zijn die liever niets te maken hebben met technologie of in de stress schieten als er een onbekende pop-up verschijnt. Daarom moeten we vragen stellen in plaats van aannames doen.
Welke apparaten gebruikt iemand thuis? Welke toepassingen bevallen goed? Waar loopt iemand tegenaan? Wil de cliënt iets nieuws proberen? En wie kan eventueel ondersteunen bij het aanleren daarvan? De antwoorden geven een veel realistischer beeld van wat passend is.
Soms kan een cliënt veel meer dan wij verwachten. Andersom kan iets wat voor ons eenvoudig lijkt, voor iemand anders behoorlijk ingewikkeld zijn.
Zorgtechnologie kan ingewikkeld klinken. Misschien denk je dat je onvoldoende digitale kennis hebt of noem je jezelf zelfs een ‘digibeet’. Maar om zorgtechnologie goed in te zetten, hoef je niet te weten hoe iedere sensor, app of verbinding technisch is opgebouwd.
Als zorgprofessional heb je al een groot deel van de belangrijkste vaardigheden in huis. Je kunt luisteren, observeren, klinisch redeneren, uitleg geven, samen beslissen en evalueren. Precies die vaardigheden heb je ook nodig bij de inzet van technologie in de zorg.
Jouw deskundigheid zit niet in de techniek achter een toepassing, maar in de betekenis ervan voor de cliënt en de zorg. Helpt deze toepassing iemand om zelfstandiger te leven? Past het binnen de dagelijkse routine? Begrijpt de cliënt hoe de toepassing werkt en wat er met verzamelde gegevens gebeurt? Wie reageert op een melding? En draagt de technologie daadwerkelijk bij aan het afgesproken zorgdoel?
Dat zijn geen IT-vragen, maar zorgvragen; en daarom verdienen ze een vaste plek in ons handelen.
Inmiddels werk ik bijna tien jaar op het gebied van zorgtechnologie. Een groot deel van die tijd adviseerde en ondersteunde ik (toekomstig) verpleegkundigen bij het inzetten ervan. Ik heb gezien hoe technologie mensen kan ondersteunen bij zelfstandigheid, veiligheid en structuur, maar ik heb ook geleerd dat een goede technologie niet automatisch goede zorgtechnologie is.
Een toepassing krijgt pas waarde wanneer deze past bij de zorgvraag, de cliënt én de manier waarop de zorg georganiseerd is. In de afgelopen jaren vond ik antwoorden op vragen die tijdens mijn opleiding niet of nauwelijks aan bod kwamen. Tegelijkertijd komen er steeds nieuwe vragen bij. Technologie ontwikkelt zich, de zorg verandert en we blijven leren van cliënten, collega's en ervaringen uit de praktijk.
Precies daarover schrijf ik in dit blog: over zorgtechnologie, over wat het betekent voor het zorgproces, over wat werkt én over waar het schuurt. En vooral over wat jij als zorgprofessional ermee kunt in de dagelijkse praktijk.
Daarbij kijk ik breed: van technologie die je voor je eigen ouders zou kunnen inzetten tot de implementatie van zorgtechnologie binnen een zorgorganisatie. Mijn uitnodiging aan jou is eenvoudig: blijf nieuwsgierig, stel vragen en durf te proberen.
Je hoeft niet alles over technologie te weten om ermee te beginnen. Iedere ervaring helpt je verder. Zo kan zorgtechnologie stap voor stap een vanzelfsprekend onderdeel worden van goede zorg.
En ik weet zeker dat jij dat kunt!
Wil jij zorgtechnologie beter leren begrijpen en toepassen?
Blijf mijn website volgen. Iedere week deel ik in mijn blog nieuwe ervaringen, praktische tips en lessen uit bijna tien jaar werken met zorgtechnologie.
Dit artikel is geschreven door Monique op 12-09-2026