Bij zorgtechnologie denken veel mensen aan gespecialiseerde apparaten, ingewikkelde systemen of toepassingen die pas in beeld komen zodra iemand professionele zorg ontvangt. Toch gebruiken veel mensen thuis al allerlei technologie die hen ondersteunt in het dagelijks leven. Daar komt lang niet altijd een zorgorganisatie of verpleegkundige aan te pas.
Sommige hulpmiddelen zijn speciaal ontwikkeld om mensen te ondersteunen, zoals een sta-op-stoel. Andere toepassingen zijn gewone consumentenproducten die onverwacht veel kunnen betekenen voor zelfstandigheid, veiligheid, structuur of sociaal contact. Denk aan een smartphone, smartwatch, slimme deurbel of robotstofzuiger.
De gebruiker zal deze producten waarschijnlijk geen zorgtechnologie noemen. Het zijn gewoon handige apparaten. Voor mij wordt het interessant zodra je kijkt naar wat iemand dankzij die technologie zelf kan blijven doen.
Een sta-op-stoel is een herkenbaar voorbeeld van ondersteunende technologie die mensen zelf kunnen aanschaffen. De stoel helpt iemand om vanuit een zittende positie overeind te komen. Dat kan prettig zijn wanneer opstaan steeds meer kracht of inspanning vraagt.
De waarde zit uiteindelijk in wat die ondersteuning mogelijk maakt. Iemand kan zelfstandig opstaan om een glas water te pakken, naar het toilet te gaan of de deur open te doen. Een beweging die voor jou en mij klein lijkt, kan daardoor veel betekenen voor de zelfstandigheid van de gebruiker gedurende de dag.
Tegelijkertijd moet je ook bij zo'n bekend hulpmiddel goed kijken. Past de stoel bij de lichaamsbouw en mogelijkheden van de gebruiker? Staat hij op een logische plek? Kan iemand hem veilig bedienen? En blijft voldoende bewegen onderdeel van de dag? Zelf een hulpmiddel aanschaffen geeft veel vrijheid, en vraagt ook om aandacht voor de vraag of het echt past bij de persoon die het gaat gebruiken.
Wanneer iemand ondersteuning nodig heeft bij medicatie, denken we vanuit de zorg al snel aan een medicijndispenser. Soms ligt een veel eenvoudigere oplossing letterlijk in de broekzak. De wekker op een smartphone kan bijvoorbeeld helpen om medicijnen op een vast tijdstip in te nemen.
Die oplossing gebruik ik zelf ook. Mijn telefoon geeft op het juiste moment een seintje. Omdat ik mijn smartphone toch al bij me heb en gewend ben om erop te reageren, past de herinnering gemakkelijk in mijn dagelijkse routine.
Of zo'n oplossing passend is, hangt natuurlijk af van de situatie. Iemand moet het signaal kunnen horen of zien, begrijpen wat de herinnering betekent en vervolgens de juiste medicatie kunnen innemen. Het voorbeeld laat vooral zien waarom het waardevol is om eerst te onderzoeken welke technologie iemand al gebruikt. Soms is een bekende en eenvoudige toepassing precies genoeg.
Mijn ouders beeldbellen met hun kleinkinderen. Voor hen is dat inmiddels een heel gewone manier om contact te houden. Ze zien elkaar, praten bij en delen gebeurtenissen, ook wanneer een bezoek even niet mogelijk is.
Vanuit de zorg koppelen we beeldbellen al snel aan beeldzorg of een doktersbezoek op afstand. De ervaring van mijn ouders laat zien dat de basis soms al jaren aanwezig is voordat er überhaupt een zorgvraag ontstaat. Iemand die gewend is om familie via een scherm te spreken, heeft die digitale handeling al onderdeel gemaakt van het dagelijks leven.
Sociaal contact is bovendien op zichzelf ook waardevol. Technologie kan helpen om relaties te onderhouden en betrokken te blijven bij het leven van anderen. Dat hoeft geen formeel zorgmoment te zijn om bij te dragen aan kwaliteit van leven. Binnen de zorgtechnologie wordt het welzijnsdomein steeds nadrukkelijker als toepassingsgebied gezien.
Leeftijd vertelt weinig over wat iemand digitaal kan. Dat werd mij opnieuw duidelijk bij een cliënt van bijna negentig jaar. Zijn hoorapparaten waren via bluetooth verbonden met zijn tablet. Het geluid kwam rechtstreeks via zijn hoorapparaten binnen, waardoor hij de tablet prettig kon gebruiken.
Diezelfde hoorapparaten schakelden in de kerk over naar de ringleiding. In de huiskamer konden ze worden gekoppeld aan een groepsmicrofoon. Zo kon deze meneer gesprekken weer veel beter volgen en de technologie aanpassen aan verschillende situaties in zijn leven.
Dit voorbeeld is mij bijgebleven omdat verschillende toepassingen hier heel vanzelfsprekend samenwerken. Het hoorapparaat ondersteunt zijn gehoor, de tablet geeft toegang tot contact, informatie en ontspanning en de verbinding ertussen maakt het gebruik persoonlijker.
We onderschatten soms hoe goed nieuwe technologie bij een oudere cliënt kan aansluiten. Wanneer een toepassing merkbaar voordeel oplevert en aansluit bij iets wat iemand graag wil blijven doen, kan de motivatie om ermee te leren werken juist erg groot zijn.
Een smartwatch kom ik regelmatig tegen bij wat jongere cliënten. Zo'n horloge kan stappen tellen, herinneringen geven, activiteiten bijhouden en gegevens verzamelen over bijvoorbeeld hartslag of slaap.
Die informatie kan iemand helpen bewuster naar het eigen gedrag te kijken. Voor de één werkt een dagelijks stappendoel motiverend. Een ander merkt juist dat alle cijfers en meldingen onrust geven. Dezelfde technologie kan dus voor twee mensen een heel andere betekenis hebben.
De gegevens van een smartwatch geven geen volledig beeld van iemands gezondheid. Ze kunnen wel aanleiding zijn voor een goed gesprek. Herkent iemand het patroon dat zichtbaar wordt? Verandert de informatie iets aan het gedrag? En helpt het horloge bij een doel dat voor deze persoon belangrijk is?
Dat laatste vind ik steeds opnieuw de belangrijkste vraag.
Ook technologie die we vooral kennen als consumentenproduct kan ondersteuning bieden. Een camera-deurbel maakt het bijvoorbeeld mogelijk om vanuit de stoel te zien wie er aanbelt. Soms kan iemand via de deurbel ook direct met de bezoeker spreken. Dat geeft gemak en kan bijdragen aan een gevoel van veiligheid.
Wanneer een familielid of andere naaste toegang heeft tot de beelden, komen er weer andere vragen bij. Wie kijkt mee? Wanneer gebeurt dat? Welke afspraken zijn er over privacy? Technologie die een veilig gevoel geeft aan een naaste, moet ook prettig blijven voelen in iemands eigen huis. Dat sluit aan bij een bredere ontwikkeling binnen de thuiszorg, waarin steeds meer aandacht is voor wat technologie doet met eigen regie, privacy en het gevoel van thuis.
Een robotstofzuiger ondersteunt dan weer op een heel andere manier. Voor iemand die weinig energie heeft, moeilijk kan bukken of beperkt mobiel is, kan stofzuigen een zware activiteit zijn. Wanneer een robot een deel van dat werk overneemt, blijft er misschien energie over voor iets wat die persoon belangrijker of leuker vindt.
Geen van deze producten staat in de winkel noodzakelijk onder het bordje zorgtechnologie. Toch kunnen ze voor iemand met een ondersteuningsvraag een merkbaar verschil maken.
Een krachtig voorbeeld zag ik bij een cliënt met een hoge dwarslaesie. Deze persoon gebruikte spraakbediening om zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Met zijn stem kon hij verschillende functies in huis aansturen en in geval van nood een naaste bellen.
Spraakbediening kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor verlichting, gordijnen, muziek, communicatie en andere aangesloten apparaten. Voor iemand die dergelijke handelingen niet met de handen kan uitvoeren, geeft dat direct meer invloed op de eigen omgeving.
In zo'n situatie betekent technologie veel meer dan gemak. Het draagt bij aan regie, privacy en zelfstandig wonen. Zorgtechnologie kan dus ook breder worden ingezet om mensen langer en zelfstandiger thuis te laten wonen.
Dit voorbeeld laat voor mij vooral zien wat er kan gebeuren wanneer je begint met de vraag: wat wil iemand zelf kunnen doen? Vanuit dat doel kun je vervolgens onderzoeken welke technologie daar een bijdrage aan kan leveren.
Ondersteunende technologie begint vaak buiten de professionele zorg. Mensen kopen zelf een hulpmiddel, downloaden een app of verbinden apparaten met elkaar. Soms gebeurt dat vanwege een concrete beperking. In andere gevallen gebruikt iemand de technologie al jaren voordat er een zorgvraag ontstaat.
Voor zorgprofessionals ligt daar een interessante kans. Een deel van de oplossing staat misschien al in de woonkamer, hangt naast de voordeur, zit om de pols of in de broekzak van de cliënt. Dat vraagt om nieuwsgierigheid. Welke technologie gebruikt iemand al? Waarvoor? Wat gaat gemakkelijk? Welke functies gebruikt iemand misschien nog helemaal niet? En welke rol speelt het apparaat in zelfstandigheid, veiligheid, structuur, sociaal contact of welzijn?
Wanneer je daar bewust naar vraagt, kijk je anders naar zorgtechnologie. Je begint minder snel bij het aanbod van jouw werkgever en veel vaker bij het leven dat iemand al leidt.
Probeer dit eens uit bij je volgende cliëntcontact.
Kies bij jouw cliënt thuis één apparaat dat je ziet en vraag waarvoor de cliënt het gebruikt en wat het mogelijk maakt. Misschien ontdek je een functie of oplossing waar je zelf nog niet aan had gedacht. Deel die ontdekking vervolgens eens met een collega. Zo groeit jullie gezamenlijke blik op technologie in de zorg, gewoon vanuit voorbeelden uit de dagelijkse praktijk.
In mijn volgende blogs blijf ik die praktijk verder onderzoeken. Wil je die artikelen blijven volgen? Iedere week deel ik nieuwe voorbeelden, ervaringen en praktische lessen uit bijna tien jaar werken en leren met zorgtechnologie.
Welke alledaagse technologie heeft jou of een cliënt onverwachts geholpen? Deel hieronder jouw voorbeeld met mij.
Zorgtechnologie is vaak dichterbij dan je denkt.
Dit artikel is geschreven door Monique op 26-09-2026